D

Samenvattingen KNG-lezingen 2009-2010

 

1718e Lezing 20 oktober 2009

Prof. dr. T. Piersma
Dierecologie- Center for Ecological and Evolutionary Studies, R.U. Groningen

Titel:   Ongekende inzichten in ongekende prestaties: grutto-trek per sattelliet gevolgd

Nog maar drie jaar geleden leek het onmogelijk om relatief kleine en zeer gestroomlijnde vogels zoals grutto’s en wulpen tijdens hun duizenden kilometers lange trekvluchten te volgen. Een combinatie van steeds kleiner wordende batterijen met steeds betere prestaties, verbeterde zendertechnologie en verbeterde implantatiemethoden, maakten het in het najaar van 2006 voor het eerst mogelijk om rosse grutto’s van satellietzenders te voorzien. Vogels werden op de toendra van Alaska op het nest gevangen, en ca. 30 g zware zenders werden onder narcose operatief ingebracht. Zo lukte het om te laten zien dat rosse grutto’s inderdaad in één lange ononderbroken vlucht van meer dan 10.000 km vanaf west Alaska naar de overwinteringsgebieden in Nieuw-Zeeland trekken, ongeveer de dubbele afstand die tot dan toe voor mogelijk werd gehouden. Sinds 2006 zijn deze zenders op verschillende plaatsen en in verschillende soorten wadvogels ingebracht en dat heeft tot allerlei ontdekkingen geleid. Het afgelopen voorjaar voorzagen we een 15-tal grutto’s in ons studiegebied in zuidwest Friesland van nog kleinere en nog beter programmeerbare zenders. Omdat onze grutto’s nog kleiner zijn dan eerder bestudeerde (onder)soorten, was de zender/vogel gewichtsverhouding de grootste nog nog toe. De operaties verliepen echter voorspoedig en de vogels hebben het tot nu toe goed gedaan. In mijn verhaal zal ik u de laatste nieuwtjes over de zendergrutto’s vertellen, want tot komend voorjaar gaat de informatiestroom door. Wat zijn de grootste afstanden die grutto’s afleggen, hoe lang doen ze erover, wat hebben grutto’s in Afrika te zoeken, kunnen we de timing en de lengte van hun trek verklaren?

 

1719e Lezing 17 november 2009

Prof. dr. P. Groot
Nijmegen

Ultracompacte dubbelsterren

De meeste sterren gaan niet alleen door het leven maar in paren of trio's. In ultracompacte dubbelsterren bevinden zich de kernen van uitgebrande sterren op
zeer korte afstand van elkaar. Deze uitgebrande kernen (witte dwergen of neutronen sterren), bestaande uit gedegenereerde materie, zijn de meeste
compacte objecten die we kennen in het Heelal, met dichtheden van 1 miljoen g/cc tot nucleaire dichtheden. In een klasse van zeer zeldzame systemen zitten
de twee 'sterlijken' zo dicht bij elkaar dat er massa overstroomt van het ene lijk naar het andere: ultracompacte dubbelsterren. Het meest extreme voorbeeld
hiervan is het systeem HM Cnc, dat een baanperiode heeft van 5.4 minuten(!) en een lineaire afmeting van 5 Aardstralen! Deze systemen vormen niet alleen een
uitdaging voor ons begrip van ster evolutie, maar ook van de fysica in gedegenereerde materie.

1720e Lezing 15 december 2009

prof. dr. L.W. Beukeboom
Evolutionary Genetics, Ecological and Evolutionary Studies, R.U. Groningen

Darwin (1809-1882): springlevend!

Het is dit jaar 200 jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren en 150 jaar geleden dat zijn boek “The Origin of Species” werd gepubliceerd. De theorie van evolutie door natuurlijke selectie die Darwin daarin beschrijft heeft een enorme invloed gehad op ons denken over het ontstaan van het leven op aarde, inclusief de herkomst van onze eigen soort, de mens. Darwin's gedachtengoed stuit nog steeds op weerstand bij religieus ingestelde mensen, maar de evidentie voor zijn theorie is onmiskenbaar. Een deel van de weerstand tegen de evolutietheorie is gebaseerd op misvattingen. Het Darwinjaar 2009 loopt ten einde, maar heeft onmiskenbaar bijgedragen aan de kennis over evolutiebiologie bij het grote publiek.



1721e Lezing 19 januari 2010

Prof. dr. A.J.M. Schoot Uiterkamp
Energie en Milieukunde, RU Groningen

Mens en milieu, een spannende relatie

Eén kleine eindige planeet met vooral eindige hulpbronnen. Miljoenen soorten, maar èen soort die nog steeds toeneemt in aantal en in consumptie per hoofd: de mens. Ziedaar de aarde anno 2010. Door het gedrag van al die mensen gezamenlijk en door hun productie- en consumptiemethoden leven we nu volgens Nobelprijswinnaar Paul Crutzen in het anthropoceen. Voor het eerst in de aardgeschiedenis is de mens een
geologische kracht van betekenis geworden. Niet alleen beïnvloeden we nu ons lokale en regionale milieu maar zelfs het mondiale klimaat.
Vooral het energiegebruik voor verwarmen en koelen, voeding en vervoer speelt daarbij een belangrijke rol.
Kunnen we al deze milieu-uitdagingen het hoofd bieden, en zo ja hoe dan en zal dat tijdig effect hebben?

 

 

1722e Lezing 16 februari 2010

Prof. dr. M. Kleerebezem
Radboud Universiteit, Nijmegen

Probiotica, hoe werken die dan?

Probiotica vormen een belangrijk en nog altijd groeiend segment in de functionele voedingsmarkt. Een breed geaccepteerde definitie voor ‘probiotica’ is destijds geformuleerd door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO): “levende micro organismen die wanneer ze in voldoende aantal worden toegepast een gezondheid­bevorderend effect hebben op de gastheer”. De meest voorkomende bacteriën in probiotische producten zijn de Lactobacillen. Er is een veelheid aan klinische studies die de gunstige effecten van probiotica en specifieke lactobacillen ondersteunt. Echter, niet al die studies zijn van eenzelfde wetenschappelijk niveau en er zijn er veel die een vrij hoog anekdotisch gehalte hebben. Bovendien is er weinig bekend over de moleculaire mechanismen die ten grondslag liggen aan de werking van dit soort bacteriën. Het onderzoek dat gebruik maakt van ‘genomics’ en aanverwante technologieën biedt nieuwe mogelijkheden om de werking van probiotica te onderzoeken op moleculair niveau. Deze lezing zal deze benadering verder toelichten aan de hand van het werk dat is verricht aan het model organisme Lactobacillus plantarum. Daarnaast zal deze lezing aandacht besteden aan de andere micro organismen die zich bevinden in de menselijk dunne darm en die dus mogelijk de werking van dit soort probiotica kunnen beïnvloeden.


1723e Lezing 16 nmaart 2010

Mw. dr. S.J.L. Smets
Kunstmatige Intelligentie, RU Groningen

Redeneren over qubits: de logica achter quantumteleportatie en quantumcommunicatie

De implementatie van quantuminformatietechnologie voor communicatie en de beveiliging van gegevens boekt snel vooruitgang. Deze technologie is gebaseerd op onderliggende interactieve klassieke en quantumprocedures. Ik geef een verhaal over de logica die we gebruiken voor de analyse van deze procedures en om aan te tonen dat ze correct en veilig zijn. De centrale vraag hierbij is: "hoe ziet de logica die we nodig hebben om te redeneren over het gedrag van quantumsystemen eruit?" En verder, "is het echt noodzakelijk om, op basis van de standaard quantumtheorie, onze klassieke logische principes (zoals bijvoorbeeld het principe van de logische tweewaardigheid) te herzien?" Deze vragen werden het onderwerp van een intrigerende discussie die generaties van logici en wetenschapsfilosofen bezighield en dit tot op heden. Ik zal deze discussie toelichten en argumenteren dat er geen enkele "empirische reden" is binnen de quantummechanica op basis waarvan we de klassieke logica moeten opgeven.

 

1724e Lezing 20 april 2010

dr. C. Wijmenga
Human Genetics, RU Groningen

De revolutie van de medische genetica: van simpel naar complex

1725e Lezing 25 mei 2010

Prof. dr. L.F.M.H. de Leij (UMCG)/Dr. A.J. Scheffer (UMCG)

Q-koorts

Sinds de zomer van 2007 is Nederland het toneel van de grootste uit­braken van Q-koorts in de geschiedenis. Hoe kan dat? Q-koorts is een zgn. zoönose, een ziekte die wordt overgedragen van dier op mens. Hij wordt veroorzaakt door Coxiella burnetii, een bacterie die sporen vormt met een hoge resistentie tegen desinfectantia en andere invloeden en die gemakkelijk worden verspreid door de wind. Ongeveer de helft van de geïnfecteerden krijgt ziekteverschijnselen die sterk in ernst kunnen uit­eenlopen, en die in een kwart van de gevallen leiden tot ziekenhuis­opname. De ziekte kan een chronische vorm aannemen, maar de sterfte bij tevoren gezonde patiënten is laag. De bacterie komt over de hele wereld bij veel diersoorten voor. De belangrijkste besmettingsbronnen voor de mens zijn kleine herkauwers, maar de ziekte is niet overdraag­baar van mens op mens. Vandaar dat het epicentrum van de epidemie het Noordoosten van Noord-Brabant was en is: het gebied met de  hoogste dichtheid aan geiten- en schapenfokkerijen ter wereld. De epidemiologie van de Q-koorts verwekker en de immunologische afweer tegen dergelijke bacteriën zullen kort worden besproken.