"CONCERTHUIS"   het gebouw van het KNG, Poelestraat 30 te Groningen.

 

Op de plek in de Poelestraat waar het Concerthuis staat was in de 14e eeuw al sprake van stenen huizen.
Het daar toen aanwezige pand was in bezit van de bisschop van Utrecht en maakte onderdeel uit van de
bisschoppelijke valkhof. Het pand zou in de Middeleeuwen dan ook bekend blijven staan als "De Valkenvlucht"
en wordt als zodanig ook beschreven in huurovereenkomsten.


Vanaf 1381 werd het beleend aan de zeer invloedrijke Groningse brouwersfamilie Ter Bruggen, waarvan
velen hoge bestuursfuncties bekleedden. Dit blijft zo tot 1467 wanneer Lutken ter Bruggen haar rechten
op de Valkenvlucht bij de broeders van het Fraterhuis van het klooster van Wittewierum inruilt voor een
zielemis,  na haar overlijden dagelijks op te dragen.


De fraters zagen kennelijk niet veel brood in dit stuk onroerend goed in de Poelestraat en ruilden het in
1471 in voor landerijen in de buurt van Scharmer en Harkstede. Daarmee kwam De Valkenvlucht tot
1547 in handen van de invloedrijke Ommelander adellijke familie Rengers van Ten Post.  Door vererving
kwam het pand daarna in het bezit van de familie Van Amsweer en was het van 1558 tot 1632 de
stadswoning van de beroemde reformator Doede Van Amsweer die na de Reductie van Groningen
in 1594 de opbouw van de hervormde kerk namens stadhouder Willem Lodewijk in Groningen ter hand
nam. Vanuit de familie van Amsweer kwam het pand door vererving in handen van de familie Van Lissabon,
eveneens Ommelander jonkers.


Omstreeks 1635 is De Valkenvlucht,  tot dan toe een leengoed van de Utrechtse bisschop, verkocht  en
wel aan de familie Ripperda van Winsum, een katholiek Ommelander adellijk geslacht. Het Middeleeuwse
pand zal in deze tijd gesloopt zijn en plaats gemaakt hebben voor het huidige voorhuis aan de Poelestraat,
echter met een lange kap. Dit blijkt zowel uit C14 onderzoek van het houtwerk, de kapconstructie als
de afbeeldingen op de kaarten van Nicolaas Geelkerken en Egbert Haubois.


Na de dood van Wigbolt Ripperda en zijn echtgenote Isabella van Heerma komt het pand in 1675 in
handen van de vermogende katholieke koopmansfamilie Cloot. Deze bezat meerdere panden in de
stad en was woonachtig op de Schelfhorst in Paterswolde. Hoewel een telg uit dit geslacht het huis
zelf bewoonde vanaf 1686 waren er ook diverse huurders, zoals blijkt in 1688 wanneer er vijf
huurders zijn, waar onder ene Geert Borselmaker van de kelderverdieping.


Vanuit de familie Cloot wordt het  pand in 1731 verkocht aan Jacobus Aalders, die samen met
Moses Goldsmit in het gebouw en het  ernaast liggende pand (waarin nu cafe De Brasserie is
gevestigd) de Bank van Lening begint. Tevens krijgt de Joodse gemeenschap toestemming
er samenkomsten te houden, zodat in zekere zin gesproken kan worden van de eerste synagoge
in Groningen.


Een dochter van Jacob Aalders, na haar huwelijk Etta Palm geheten, weet  mede dank zij haar 
charmes en intelligentie tot de hoogste kringen door te dringen. Zij woonde vanaf 1774 
in Parijs waar zij aanvankelijk  een soort dubbelspionne voor zowel de Franse als de
Nederlandse overheid was. Tijdens de Franse Revolutie onderhoudt zij relaties met diverse
kopstukken zoals Robespierre. Zij is vooral bekend geworden door haar optreden als  vurig
pleitbezorgster voor de rechten van de vrouw en was zodoende waarschijnlijk de eerste feministe.

 

Met de Bank van Lening gaat het mis en het pand wordt in 1764 verkocht aan Johan Philip Riedel,
een uit het Duitse Nassau afkomstige musicus die leraar muziek was op de stedelijke
Sint Maartensschool. Hij begint direct met het organiseren van concerten. Het eerste concert
van de Itatiaan Guerini wordt al in 1764 gehouden. Hoewel het pand al spoedig weer van
eigenaar wisselt en Riedel zelfs failliet gaat, gaat men door met het houden van concerten
tot in het begin van de 19e eeuw.  Ongetwijfeld heeft het Concerthuis hier zijn naam en
faam aan te danken. In 1778 komt het pand in bezit van een consortium van eigenaren
uit welgestelde Groningse kringen, zoals de families Trip en Hora Siccama. Ook de
vrijmetselarij heeft met haar loge dan haar intrek genomen in het pand.


Het Natuur- en Scheikundig Genootschap betrekt het Concerthuis voor het eerst in de jaren
1805-1807 om na jaren elders te hebben vergaderd in 1831 terug te keren. In de tussentijd heeft
het Concerthuis dienst gedaan als herberg, logement, societeit en koffiehuis. Een der
oprichters van het K.N.G. Professor Van Swinderen koopt het pand, dat nagenoeg grenst aan
zijn woonhuis aan de zuidzijde van het Martinikerkhof tenslotte aan en laat het bij zijn
overlijden in 1840 aan het Genootschap na. Sindsdien is het pand onafgebroken in het
bezit van het (Koninklijk) Natuurkundig Genootschap. Naast de eigen activiteiten van het 
genootschap heeft het pand sindsdien als accommodatie gediend voor diverse verenigingen,
rederijkersgezelschappen, maar ook voor de  Maatschappij tot Nut van het Algemeen, 
de Academie Minerva en de studentenvereniging VERA.


In 1967 werd het gebouw verhuurd aan een bioscooponderneming en wordt in een bovenzaal
de bioscoop "Concerthuis" gevestigd, in 1978 op de benedenetage gevolgd door de bioscopen
"The Movies" en "Het Filmhuis" van de stichting LIGA 68.  Sinds 1 januari 1998 worden de
drie bioscopen gezamenlijk geëxploiteerd als arthouse-filmcentrum door de Wolff Cinema
Groep en de stichting LIGA 68.


In het najaar van 2001 onderging het gebouw een grondige verbouwing waarbij met name
de entree drastisch is gewijzigd en ook de voorgevel een ander aanzien heeft gekregen.
Op de begane grond is een filmcafé ingericht van waaruit de filmzalen te bereiken zijn.
De trap naar de grote zaal op de bovenverdieping die in de jaren 1967 tot 2001
karakteristiek was voor de bioscoop is  naar achteren verplaatst,  naar de achterzijde
van het filmcafé. De verbreding van de expoitatiemogelijkheden van het gebouw door
uitbreiding van de horeca faciliteit is uiteraard van groot belang voor het behoud van de
gezonde de financiële basis van het Koninklijk Natuurkundig Genootschap, nu al meer
dan 160 jaar eigenaar van het "Concerhuis”.


Het KNG hield tot oktober 2010 haar bijeenkomsten in de filmzaal op de eerste etage
en gebruikte dan de boven de ingang gelegen “Kapteynzaal” - genoemd naar de
beroemde Groningse sterrenkundige - voor de ontvangst van zijn gasten.
Ook deze zaal werd eind 2001 gerenoveerd.