Ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan heeft het KNG medio 2001 een jubileumboek uitgegeven  getiteld:

 

Een Spiegel der Wetenschap,

200 Jaar Koninklijk Natuurkundig Genootschap te Groningen

(ISBN 90-5294-220-X   Profiel Uitgeverij, postbus 7  9780 AA  Bedum,  (050) 301 21 44, info@profiel.nl)

Dit is bepaald  geen traditioneel gedenkboek. Het hart van het boek wordt gevormd door 120 heldere, korte, rijk geillustreerde artikelen over ontwikkelingen, gebeurtenissen en personen in de sterrenkunde, de natuurkunde, de scheikunde, de biologie, de medische wetenschappen en de aardwetenschappen sinds 1800 en ingedeeld per decennium.

De zes schrijvers - prof. dr. A. Blaauw, drs. D. Leijenaar, drs. P.U. Kooystra, dr. H.J. van der Windt, dr. M. van Wijhe en prof. dr. G.J. Boekschoten - waren daarbij geheel vrij in de keuze van onderwerpen en de wijze, waarop zij die wilden behandelen. Dat leverde geen verhandeling op over twee eeuwen wetenschapsgeschiedenis, maar een bundel persoonlijke columns, die samen een zeer breed terrein bestrijken. Geheel in lijn met de voornaamste doelstelling van het K.N.G. - het populariseren van de (natuur)wetenschappen – en evenzeer een "spiegel der wetenschap" als de lijst van sprekers, die op de meer dan 1600 vergaderingen van het Groninger genootschap over een groot scala van onderwerpen lezingen hielden.

Deze bundel verhalen wordt voorafgegaan door een korte schets van de geschiedenis van het jubilerende KNG, geschreven door historicus drs. Frank Smit, conservator van het Universiteitsmuseum. De eindredactie van het gehele project berustte bij de oud-wetenschapsredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, Kees Wiese.

Een Spiegel der Wetenschap is thans in de boekhandel te koop voor ƒ 39,50:  een lage prijs voor een prachtig boek, geschikt om als cadeautje weg te geven.

 

 

 

Inhoud  van  het Jubileumboek van het KNG

 

Voorwoord

 

Een spiegel der wetenschap

 

Een schets van twee eeuwen Koninklijk Natuurkundig Genootschap

 

1800-1810

Ceres en Pallas, welkome planeetjes

Elektriciteit: het prille begin

Wat is een chemische verbinding?

De ambities van de biologie

Lachgas, meer dan kermisattractie

De zondvloed en de zeekrokodil

 

1810-1820

De twijfel van William Herschel

Het weerbericht ontstaat

Hoe zwaar zijn atomen?

Een achterover dubbelgevouwen eend

De stethoscoop en het fatsoen

Basalt als zeeslijk

 

1820-1830

Wetenschappelijke waarzeggerij

Elektriteit en magnetisme: unificatie

De dood van het vitalisme

Van Hall als natuurtheoloog

De opkomst van het ziekenhuis

De anekdotentrommel en het faciësbegrip

 

1830-1840

Een brug geslagen naar 61 Cygni

De opkomst van de fotografie

De chemie van de fotografie

De formulering van de celtheorie

De nieuwe fysiologie

Kleurige geologische kaarten

 

1840-1850

Neptunus, moment van triomf en wroeging

Energie gaat nooit verloren

Links- en rechtshandige moleculen

Planten en dieren als fabriekjes

Narcose: list, bedrog en naijver

De catastrofenleer

 

1850-1860

Zoals op de aarde, zo in de zon

De kinethische gastheorie

Structuur in de organische chemie

De ontvangst van Darwin in Nederland

De opkomst van de verpleging

De macht van het kleine

 

1860-1870

De eerste witte dwergen

De Maxwellvergelijkingen

Spectroscopie - de ontdekking van helium

Haeckel en de biogenetische grondwet

Nieuw inzicht in de oorzaak van ziekten

Slijpplaatjes: door steen kijken

 

1870-1880

Kanalen, zelfs leven, op Mars?

De oerdrift communicatie

De voorspellingen van Mendeleev

Hoe Pasteur de wereld veroverde

Miasma en infecties

Zondvloed of IJstijd?

 

1880-1890

Wie het kleine wel eert...

Het mechanische paard

De aanhouder wint

De overbodigheid van sperma

Cocaïne, het perfecte middel

Vulkanische catastrofes

 

1890-1900

Kapteyns Magnum Opus: de CPD

Het begin van de kernfysica

Kleur in het leven

Met dank aan de teunisbloem

Beriberi en de witte rijst

Dubois en Piet

 

1900-1910

"Sterstoomingen"

Einstein en de relatieve tijd

Nog meer valentie

Delft als basis van de microbiologie

De elektrofysiologie van het hart

Verleden toendra en woestijn

 

1910-1920

"The homeric fight"

Bohr en het energiequant

Chemische kubusjes

Van plantenhormoon tot ontbladering

Bloedtransfusie en bloedgroepen

Continenten op drift

 

1920-1930

Hubble en de expansie van het heelal

Heisenberg en de onzekerheid

Gigantische moleculen

Objectieve gedragswetenschap

De ontdekking van insuline

De polsslag der aarde?

 

1930-1940

Mysterieuze, donkere materie

Kernsplijting en de bom

De juiste medicijn, de verkeerde reden

MacClintock en de springende genen

De adviescommissie en penicilline

Micropaleontologie en olie

 

1940-1950

Stervorming, een voortschrijdend proces

Van kristalontvanger naar transistor

Radar en plastic tasjes

Plantenecologie basis voor natuurbeheer

Kunstmatige ledematen en organen

Een ijzeren zwerver in het veen

 

1950-1960

Radiosterrenkunde: muziek op alle octaven

Ruimtevaart

Huidskleur en chemie

Modelbouwen of tennissen

Kinderverlamming

Paleogeografie en "moddergeologie"

 

1960-1970

Quasars, zo ver het oog reikt

Subatomaire deeltjes

De passie van een klein meisje

Eten en gegeten worden

De rijken en de armen

De succesvolle "luiermethode"

 

1970-1980

Pulsars, kosmische klokken

De compact disk

Een gat in de lucht

Het ecosysteem aarde in gevaar

Zuurstof in het bloed

Verleden dierentuinen

 

1980-1990

Penzias, Wilson en Peebles

"Koude" kernfusie

Een chemische voetbal-interland

Biologen tussen geld en geweten

Transplantatie van organen

Loon naar werken

 

1990-2000

ESO's VLT en "Hubble"

De nieuwe natuurkunde

Chemische machientjes

Het Menselijk Genoom Project

Het geneeskundig onderwijs

Geofysiologie, een oude, nieuwe beschouwing

 

 

De  schrijvers van het Jubileumboek van het KNG

 

Adriaan Blaauw (1914) was hoogleraar sterrenkunde aan de universiteiten van Chicago (1953-1957) en Groningen (1957-1969) en vervolgens (1970-1974) Algemeen Directeur van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) gevestigd in Chili met hoofdkwartier in Duitsland; hij was sinds 1957 nauw betrokken bij de oprichting daarvan. Daarna (1975-1981) was hij hoogleraar te Leiden. Sinds 1981 geniet hij weer gastvrijheid van het Kapteyn Instituut te Groningen. Zijn wetenschappelijk werk - met vele publicaties in de vakliteratuur - had voornamelijk betrekking op het onderzoek van het melkwegstelsel, met name op de jongste stellaire component daarvan en op het proces van de stervorming. Zijn interesse in historische ontwikkelingen in de sterrenkunde resulteerde o.a. in boeken over de geschiedenis van ESO en van de Internationale Astronomische Unie, waarvan hij in de jaren 1976-1979 president was. Buiten de sterrenkunde publiceerde hij, als “hobby”, verschillende historische studies over vroegere dorpsontwikkeling in Drenthe. Hij is (rustend) lid van de KNAW, van de academies van wetenschappen in België, Denemarken  en de Verenigde Staten, van de Academia Europaea en van verschillende wetenschappelijke genootschappen elders in de wereld.

 

Bert Boekschoten (1933), emeritus hoogleraar paleontologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), vond als tienjarige fossielen en mineralen in zwerfstenen. Toen hij in de boekerij van zijn ouders hierover wilde lezen, waren er behalve de gezochte boeken ook oude werken van Faujas St. Fond (1801), Darwin (1859) en Lyell (1865). Mede daardoor bleef hij geboeid door de aardwetenschappen en hun geschiedenis. Hij nam deel aan veel veldwerk in Europa en op de Antillen en aan negen zeegaande expedities naar de Atlantische en Indische Oceaan. Het laatste decennium is hij betrokken bij dinosauriër-opgravingen in Europa en Arabië. Hij is lid van het Koninklijk Natuurkundig Genootschap te Groningen sinds 1960.

 

Ulco Kooystra (1959) studeerde scheikunde in Groningen. Na korte uitstapjes als docent chemische informatie en beleidsmedewerker computerondersteund onderwijs, is hij sinds 1990 werkzaam op de Universiteitsbibliotheek van de RUG als wetenschappelijk informatiespecialist voor wiskunde, natuurwetenschappen en technische wetenschappen, waarbij de geschiedenis van de exacte vakken zijn bijzondere belangstelling heeft. Tijdens zijn studie was hij Gronings correspondent van het Chemisch Weekblad. Verder schreef hij o.a. “Scheikunde aan de Groningse Universiteit 1696-1946" (1996).

 

Dick Leijenaar (1935) studeerde natuurkunde in Groningen. Hij deed onderzoek in het vakgebied van de plasmafysica en was tevens achtereenvolgens hoofd van het natuurkundepracticum en studiecoördinator. Gedurende de opbouwfase van het Kernfysisch Versnellerinstituut was hij intern beheerder. De laatste twintig jaar van zijn actieve loopbaan was hij werkzaam als natuurkunde didacticus van de universitaire lerarenopleiding van de RUG. In het kader van enkele landelijke onderwijsvernieuwingsprojecten was hij redacteur van experimenteel natuurkundig lesmateriaal.

 

Franck Smit (1956) is historicus en werkzaam als conservator van het Universiteitsmuseum Groningen. Hij publiceert over regionaal historische onderwerpen en de geschiedenis van de Groninger universiteit.

                                                        

Kees Wiese (1936) is gepensioneerd journalist. Hij was o.a. redacteur wetenschappen, commentator en columnist van het Nieuwsblad van het Noorden en mede-initiatiefnemer van de eerste universitaire opleiding in de journalistiek in ons land, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij nam o.a. deel aan de eerste Nederlandse Antarctica Expeditie en de Indische Oceaan Expeditie. Hij trad op als mede-eindredacteur van boeken over deze expedities en tevens van de Nederlandse versie van het Rapport van de Onafhankelijke Commissie over de Oceanen (het rapport-Soares), uitgebracht aan de Verenigde Naties. Hij schreef o.a. het hoofdstuk “Wetenschap, techniek en wapenwedloop” in “De wereld na 1945" (Aula). Hij was eindredacteur van dit jubileumboek.

 

Henny van der Windt (1955) is opgeleid als ecoloog aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na zijn studie werd hij bij de afdeling Biologie van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen (mede)verantwoordelijk voor het onderwijs op het terrein “Wetenschap & Samenleving”. Tevens startte hij onderzoek naar de wisselwerking tussen maatschappij en biologie, in het bijzonder tussen natuurbescherming, natuurbeleid en ecologie. Een groot deel van dit onderzoek richtte zich op het beheer van de Waddenzee. Zijn belangrijkste Nederlandstalige publicatie is het proefschrift “En dan: wat is de natuur nog in dit land? Natuurbescherming in Nederland 1880-1990" (Boom,1995). Op dit ogenblik heeft hij tevens een aanstelling als post-doc binnen het NWO-programma Ethiek en Beleid. In het kader hiervan verricht hij onderzoek naar de relatie tussen de wetenschappelijke, ethische en sociale dimensies van natuurbescherming.

 

Marten van Wijhe (1949) verwondert zich om de wereld om zich heen. Zeven scholen in Canada en Nederland kwamen er aan te pas hem het diploma HBS-B te doen behalen, waarna de studie geneeskunde in Leiden volgde. Zijn bedoeling was in ontwikkelingslanden te gaan werken. Na het artsexamen en de tropencursus werkte hij drie jaar met zijn gezin in een plattelandsdistrict in Kenia. Hij specialiseerde zich in de anesthesiologie wegens zijn interesse in pijnbestrijding. Belangstelling voor de historische achtergronden van zijn vak en de geneeskunde deden hem promoveren op een onderzoek naar de ontwikkeling van de inhalatie-anesthesie. Hij werkte twaalf jaar als anesthesioloog in het Streekziekenhuis te Hengelo. Sinds 1997 is hij hoofd van het Pijn Behandel Centrum van de afdeling Anesthesiologie van het Academisch Ziekenhuis Groningen.